Metro-Polis II, het lijnmodel

In ‘Metro-Polis’ onderzoekt LABO RUIMTE enerzijds de Vlaamse ruimtelijke verrommeling en anderzijds een onderbenut spoorsysteem en een mobiliteit die nog te veel gericht is op de auto. In samenwerking met Maat-ontwerpers, Traject en Felt onderzochten we via ontwerpend onderzoek hoe de verwachte demografische groei in de regio tussen Gent en Antwerpen gespreid kan worden over de vele, ook kleinere stations langsheen spoorlijn L59.

Lees meer

Als we de stations en het spoor in Vlaanderen in de toekomst een belangrijkere rol willen laten spelen in functie van een meer ambitieuze modal split, kan een andere cultuur of attitude in het omgaan met de koppeling tussen spoor en ruimte een belangrijke hefboom bieden. Dat is deels een opgave voor een vernieuwde ruimtelijke ordening en deels een wijziging in het organiseren en exploiteren van het spoor en onderliggende multimodale netwerk. Het herdenken van het spoor met een duidelijke visie en focus op performantie biedt nog grote kansen om de trein als vervoersmiddel aantrekkelijker te maken. Tegelijk concluderen we uit ons onderzoek dat er een cultuurshift nodig is in hoe we de ruimte organiseren, welke voorzieningen we waar plaatsen, hoe we het wonen laten evolueren en daarmee het spoorgebruik evidenter en aantrekkelijker kunnen maken. Want we zullen Vlaanderen met zijn historische verspreide nederzettingscultuur niet zomaar kunnen omvormen tot grote stedelijke kernen en daartussen open ruimte gebieden zonder versnippering. Noch zien we torenflat-wijken aan elk station als het ideale woonmilieu van de toekomst. Deze oefening vertrekt bij het radicaal aanvaarden van de dorpse onderlegger van het gebied met enkele stedelijke polen en kijkt hoe dit gebied kan transformeren ten voordele van spoorgebruik in de verplaatsingsmix.

De hypothese die we onszelf voorlegden blijkt stand te houden: kan een station ook een voorzieningenpool zijn die bestaande dorpen en verkavelingsweefsels helpt transformeren zonder zelf een geconcentreerde stadsomgeving te worden? Kan het lineaire model het historische dorpensysteem in deze regio versterken en transformeren zonder torenflats aan de perrons te moeten projecteren? We testten hoe in landelijke of voorstedelijke dorpen de stations als voorzieningencluster de nabijgelegen en omliggende dorpen kunnen ondersteunen en versterken, en zo duurzaam verplaatsingsgedrag stimuleren op lokaal en regionaal niveau. Daarvoor moeten we wel de tendens doorbreken om belangrijke regionale en lokale voorzieningenclusters niet aan stations te bouwen. En eigenlijk geldt dat ook voor lokale voorzieningen. De focus ligt niet langer op een station als opstapplek om zo snel mogelijk in de grote stedelijke opleidings- of tewerkstellingspolen te geraken, maar net op de aantrekkelijkheid van een stationsknoop als voorzieningencluster voor lokale en sommige regionale functies en dus ook als bestemming. Zo wordt het station een evidente halte in een duurzame ketenverplaatsing. Dat doe je niet alleen door appartementsverdichting rond stations, maar vooral door zorgcampussen, opleidingsclusters en recreatiedomeinen te ontwikkelen daar waar je van het perron afstapt. Cruciaal is het feit dat je met je voorzieningen sturend werkt zowel op de knooppuntwaarde én op de potentie om andersoortige gebruikers aan te trekken van het spooraanbod.

De woonopgave voor het gebied concentreren rond de stations is een van de paden die al enkele decennia in Vlaanderen worden uitgetest maar heeft nog maar weinig overtuigende resultaten opgeleverd. Dit ontwerpend onderzoek kiest ervoor om een andere piste te bewandelen, waarbij naar bestaand dorpsweefsel en verkavelingswijken met lage dichtheid wordt gekeken. Daar ligt een sterk transformatiepotentieel om te verdichten, te versterken en beter te verbinden. Daarmee is meteen ook het belang van connectoren aangehaald: goede toevoerroutes die woonwijken met de stationsknoop verbinden, gericht op actieve modi en soms autoverkeer, telkens voorzien van de nodige infrastructuur (bushaltes, fietsenstallingen, en buurtplekken die de wijk met de route verknopen). Daar zit een andere sleutel tot een beter verplaatsingsgedrag. Infrastructuur op maat van die actieve modi creëren hun eigen gebruikers.

  • Team: PLUSOFFICE, Maat-ontwerpers, Traject, Felt, Nuvillu
  • Opdrachtgever: LABO RUIMTE
  • In overleg met oa. Infrabel, NMBS, Departement Mobiliteit en Openbare Werken

Lees hier meer over het onderzoek.

Andere stationsomgevingen

Stationsomgeving Brussel Noord
Stationsomgeving Gent Sint-Pieters
Stationsomgeving Ruisbroek
Stationsomgeving Aarschot
Complexe Knoop van Kessel-Lo
Stationsomgeving Sint-Niklaas

Gerelateerd werk